|
Streekproducten
Amandelen
-
Honing
-
Kruiden
-
Lavendel
-
Linde
-
Olijfolie
-
Truffels
Honing
Wie van
zoetigheid houdt, maar zijn gezondheid hoog in het vaandel
heeft staan, kan zich zonder enig bezwaar te buiten gaan aan
honing en met honing bereide producten. Honing bevat veel
mineralen, sporenelementen, organische zuren en aminozuren.
Honing bestaat voor 80% uit suiker, maar het betreft hier
wel twintig verschillende soorten suiker, waaronder met name
druiven- en vruchtensuiker, die zeer snel opgenomen worden
in het menselijk lichaam. De lijst met positieve
eigenschappen van honing kan verder nog worden aangevuld met
enzymen, hormonen, stuifmeel, lysozymen en natuurlijk
antibiotica.
De
bijenkorf
Vroeger
verzamelden de bijen de waardevolle nectar gewoon in nesten
in de vrije natuur. Om dit kostelijk product eenvoudiger te
bemachtigen bouwden de mensen de eerste primitieve
bijenkorven. In de loop der tijd werden deze korven steeds
ingenieuzer. De bij is een sociaal dier: hij leeft in een
streng geordende samenleving, aangevoerd door een koningin.
De jonge bijen houden zich eerst bezig met het voeren van de
koningin en later vliegen ze uit om nectar en stuifmeel te
verzamelen. Nectar doorloopt de spijsvertering van de bij
en verandert zo in honing. Als de bijen weer naar de korf
terugkeren geven ze de honing aan de werksters. Deze
verrijken de honing met een enzymhoudende afscheiding uit de
hoofdklier en slaan hem op in de wassen honingraten. Hier
rijpt de honing, waarbij het water deels verdampt – de bijen
versterken dit proces doordat ze hun vleugels als een soort
ventilator gebruiken. Uiteindelijk bestaat de honing nog
maar voor 20% uit water en voor 80% uit suiker. Ter
afscherming wordt de honingraat ten slotte met een waslaagje
afgesloten.
De imker
De imker
plaatst zijn bijenkorven overal in de Provence, vooral
bergflanken zijn goede leveranciers. Om verschillende
soorten honing te kunnen verzamelen moet hij zijn bijen
steeds weer andere bloemensoorten aanbieden, dus hij brengt
zijn korven naar die plaatsen, waar de acacia, de
kastanjeboom, de linde, de lavendel of de tijm bloeit.
Aangezien de tijd waarop de nectar wordt afgescheiden
–ongeveer tien dagen per jaar- met de temperatuur en de
luchtvochtigheid kan variëren, moet de imker de
meteorologische omstandigheden ook goed in de gaten houden.
Om de honing
te kunnen oogsten moet de imker de bijen uit hun korven
verdrijven. Hiervoor gebruikt hij tabaksrook of gewoon
lucht. Het verjagen houdt het risico in gestoken te worden,
omdat de bijen vaak nerveus reageren. Hier speelt ervaring,
en vooral rustig blijven, een grote rol. Een bijensteek doet
altijd pijn, doch de meeste imkers kunnen het goed verdragen
en hebben ook geen last meer van zwellingen. Overigens zijn
bijensteken erg nuttig bij de besthandeling van o.a. reuma.
Eens de bijenraten uit de korf zijn wordt het wasdekseltje
verwijderd en in een honingslinger geplaatst, waarbij de
centrifugale krachten ervoor zorgen dat de honing uit de
raten wordt geslingerd.
Het etiket
Honing
afkomstig van een enkele bloemensoort wordt aangeduid met
miel monofloral (honing van één bloemensoort); honing van
meerdere bloemensoorten wordt miel polyfloral of miel toutes
fleurs (gemengde honing ) genoemd. Honing van één
bloemensoort of uit één enkele streek (miel de cru) is
zeldzamer en daarom duurder dan gemengde honing.
Bij het
slingeren (oogsten) is de honing nog vloeibaar, maar
kristalliseert daarna snel. De nieuwe korrelige en hardere
consistentie betekent niet dat de honing ouder of van een
mindere kwaliteit is. De zachtere consistentie van miel
crémeux (smeerbare honing) is het resultaat van constant
roeren, wat overigens geen effect heeft op de smaak,
kwaliteit of voedingswaarde van de honing.
Wat honing
genoemd mag worden, is wettelijk vastgelegd. Het etiket mag
alleen maar aangeven welke bloemensoorten de honing bevat,
uit welke plaats hij afkomstig is en wanneer de productie
plaatsvond.
Honingcake en
andere producten
In de
klassieke wereld werd honing in elke keuken gebruikt, vooral
als middel om fruit houdbaar te maken: fruit dat in honing
werd ondergedompeld, werd door de dikke suikermantel
beschermd tegen lucht en daarmee tegen rotting. De Romeinen
hielden van plakken roggebrood die met honing waren belegd.
Ook de beroemde mede, de honingdrank van de Druïden, mag
niet onvermeld blijven. Van dit brouwsel met zijn typische
smaak is de Franse term voor de beginperiode van het
huwelijk afkomstig: lune de miel (in het Engels honeymoon,
honingmaan of honingmaand. Het jonge paar moest namelijk aan
het begin van hun verbintenis mede drinken.
In de 10e
eeuw brachten de zijdekaravanen uit China, die naast
kostbare stoffen ook steeds andere waar meenamen, een zoet
nieuwtje mee: een tarwebrood dat door middel van honing op
smaak was gebracht. Waarschijnlijk is hieruit later onze
honingcake ontstaan.
Honing blijft
in elk geval altijd een echte lekkernij, in alle
verschillende smaken en kleurnuancen; voor iedereen is er
wel een honing naar zijn gading. Lichtbruine kastanjehoning
heeft een enigszins bitter tanninearoma, aardbeihoning is
zelfs gewoonweg onaangenaam bitter, goudgele lavendelhoning
is daarentegen aangenaam zurig en de roodbruine schitterende
honing van witte heide heeft een aroma van karamel en cacao.
Niet alleen
de honing zelf heeft voedingswaarde voor de mens. De imker
kan ook stuifmeel uit de bijenkorven halen, die veel
stikstof, eiwit en vitamine B bevat, wat zeer heilzaam is
bij de behandeling van spijsverteringsproblemen en in het
algemeen erg goed voor de gezondheid. Stuifmeel is alleen
niet bepaald een zoete lekkernij te noemen. Stuifmeel
bederft niet, maar de enige echte goede manier om stuifmeel
te bewaren is in de diepvriezer.
Lavendel
Komt het door
de blauwe lucht, is het een effect dat ontstaat door de
zonnestralen of zelfs een samenzwering van de natuur dat de
lavendel nu eens blauw en dan weer paarskleurig lijkt? Het
vaak zo bezwerende blauwe violet van deze bloemen verleent
niet alleen het landschap een bijzonder karakter, maar is
ook vaak te vinden op de vensterbanken in de huizen.
"Lavendel is
de ziel van de Haute-Provence", schreef schrijver Jean Giono.
Op de zuidelijke flanken van de Mont Ventoux en de
Lure-Berge groeide lavendel al sinds mensenheugenis in het
wild en vormde tegen het begin van de zome met zijn
blauwviolette schakeringen een bont patroon op de witte
rotswanden. Later werd lavendel om economische redenen op de
hoogvlakte en op de berghellingen van de Provence verbouwd,
zeer tot tevredenheid van de boeren, die een vervanging
zochten voor hun teruglopende gewassenproductie.
Tegenwoordig bloeit lavendel op de uitlopers van de Alpen
bij Gigne tot aan de hoogvlakte van Valensole.
Bloesem en
etherische oliën
De echte
lavendel, die ook het meeste voorkomt, voelt zich het
prettigst op een hoogte van 600 tot 1600 meter boven
zeeniveau. De aspiclavendel prefereert echter hogere
temperaturen en is daarom meestal te vinden tussen 200 en
500 meter. EEn derde variant is lavendin, een hybride van de
twee bovenstaande soorten. Deze zit er qua hoogte tussenin:
400 tot 700 meter boven zeeniveau. Lavendin, die in de
Provencaalse tuinen favoriet is, ontstaat door bestuiving
middels insecten tussen Lavendule angustifolia Mill en
Lavandula latifolia Vill. In tegenstelling tot de echte
lavendel levert lavendin een olie van inferieure kwaliteit,
maar hij heeft wel veel weerstand en levert veel op.
Als in juli
de oogsttijd begint, verspreidt de betoverende geur van de
lavendelvelden zich door de hele Provence. Naast de
tractoren, die onvermoeibaar hun rondjes rijden en de vlakke
velden machinaal oogsten, bepalen de plukkers met de brede
manden en jute zakken het landschapsbeeld.Gewapend met een
sikkel trekken ze vooral naar de moeilijk toegangbare steile
gedeelten.
Voordat de
lavendel naar de destilleerderij vervoerd wordt, droogt hij
eerst twee of drie dagen. Een aantal van deze installaties
is nog met traditionele destileerkolf uitgerust.
Linde
Zodra u
vanuit Nyons over de D64 de Baronnies nadert, ziet u de
vegetatie veranderen: in dit gebeid is de lindeboom met zijn
typerende smaakvolle noot en geneeskrachtige eigenschappen
de onbetwiste heerser.
Buis-les-Baronnies is in zijn kleurrijke verleden door de
zijdehandel rijk geworden. Met zijn fruitkramen en
uitstallingen vol lavendel en munt heeft het oude
stadje dezelfde charme als de talrijke kleine plaatsjes in de
Provençaalse Drôme.
Bovenal is
dit echter de plek waar elk jaar op de eerste woensdag van
juli de beroemde lindemarkt plaatsvindt, een must voor
allen die in lindeproducten handelen.
Toen de
zijdecultuur in de 19e eeuw haar positie als belangrijkste
bron van inkomsten in de regio verloren had, haalde men de
linde uit de bossen, waar ze al sinds mensenheugenis groeien,
en plantte ze in plantages aan. Ze werden veredeld en
besneden en tegenwoordig vallen ze onder een strenge
selectiemethode. De linde van de Baronnies staat voor de
beste kwaliteit en heeft Buis en zijn omgeving beroemd
gemaakt.
De lindeboom:
koning van de Baronnies
De Tilia
platyphyllos voelt zich in de zonnige Baronnies met zijn
matige regenval bijzonder goed, omdat hij hier noch grote
hitte noch strenge vorst te vrezen heeft. Het duurt ten
minste 6 jaar voor de jonge boom zijn eerste bloesen draagt,
en vanaf dan bloeit hij niet alleen elk jaar , maar draagt
hij ook van jaar tot jaar meer bloemen. Van een boom van
gemiddelde leeftijd plukt men in 10 tot 20 uur 40 kilo
bloemen voor 10 kilo gedroogde bloesem.
De plukkers
moeten zich in juni met de oogst haasten, want de bloesem
bloeit slechts een paar dagen. Ze klimmen op ladders en
verzamelen de bloemetjes met de hand. Als het vermoeiende
werk, dat grote zorgvuldigheid vereist, gedaan is, komen de
plukkers en dorpelingen onder delindenboom samen om een
vrolijk feest te vieren.
Na de oogst
liggen de bloemen een week lang tegen licht beschermd te
drogen op de grond of op een rooster in de schuur. De zachte
geur en de porseleinen breekbaarheid van de Tilia de
Baronnies heeft niets gemeen met de vermalen, eerder flauw
smakende lindebloesem die in theezakjes verkocht wordt.
Apothekers en
natuurgenezers bezoeken na de oogst- en droogperiode de
lindebloesemmarkt van Buis-les-Baronnies. Hier liggen de
bloemen met zakken vol klaar voor de verkoop: de Tilia
platyphyllos is beroemd door zijn kwaliteit en wordt graag
gekocht en tegen allerlei kwaaltjes gebruikt.
De
lindebloesemmarkt
Buis geldt
als historisch centrum van de lindebloesem en is het
trefpunt voor producenten en handelaren. Aan de Promenade du
Prince de Monaco en aan de oever van de Ouvèze doet de
koortsachtige handel de rustgevende eigenschappen van de
lindebloesem bijna vergeten.
Vanaf 7 uur
's ochtens komen de boeren uit de dorpen van de Baronnies om
er hun bourras te legen. Deze grote, volgeperste juten
zakken bevatten de geurige bloesem waarvan enkele blaadjes
al genoeg zijn om een beetje zon uit onze dampende kopjes te
laten opstijgen. De handelaren gaan van de ene zak naar de
andere en voelen, ruiken, vergelijken en proberen op de
prijs af te dingen, tot de gong klinkt. Om 8 uur wordt de
markt officieel geopend en wordt de basisprijs voor de rest
van het jaar vastgelegd. Opnieuw wordt er getest en
gehandeld tot de onderhandelingen helemaal zijn afgesloten.
De bloesem wordt op kassieke wijze op een Romeinse
weegschaal gewogen en wisselt van eigenaar.
De circa
30.000 lindenbomen van de Provençaalse Drôme leverde in
sommige jaren 450 ton bloesem op, zo'n 90% van de totale
Franse productie. Door de crisis en de buitenlandse
concurrentie daalden de koersen echter. Tegenwoordig is de
lindenbloesemoogst slechts een bijverdienste die de oude
traditie doet voortleven.
Amandelen
Al in de
oudheid werd gewag gemaakt van de positieve werking van
amandelolie en bijproducten. In de hangende tuinen van
Babylon moet deze mythische boom al gebloeid hebben. In de
Bijbel worden de vruchten geroemd als basisvoedsel, en niet
ten onrechte: amandelen bevatten veel vitaminen B en E,
calcium, kalium, fosfor en magnesium. in het gebied rondom
de Middelandse zee werd deze uit Klein-Azië afkomstige boom
pas in de 5e eeuw door de Arabieren geïntroduceerd. In
Zuid-Franrijk duurde het nog wel tot de 16e eeuw voordat de
vooruitstrevende landbouwer Olivier de Serres (1539-1619)
stelselmatig de amandelboom begon te kweken. Deze boer
experimenteerde veel met nieuwe gewassen en staat in
Zuid-Franrijk te boek als pionier van de rode bieten- en
maïsteelt.
De
amandelboom, die het op de karige, zonovergoten grond in het
winderige landschap van de Provence zo goed doet, heeft hier
zijn plaats definitief gevonden. In de buurt van deze boom
groeien meestal olijfbomen, wijnstokken en lavendel. De
takjes zijn doorgaans bezaaid met sjirpende krekels. De
zilverachtige glans van de amandelboom, de groene bladeren,
de tere twijgjes en de vruchten (ruwe bolster, blanke pit),
dit alles inspireerde Van Gogh tot verschillende
meesterwerken.
Een
amandelboom wordt meestal niet ouder dan zestig jaar en is
productief vanaf het derde jaar. Tussen het tiende en het
twintigste levensjaar draagt de boom het meeste vruchten.
Het is nog
koud in februari als de knoppe(kruidenn van de amandelboom
openbreken, het is de eerste boom die na de winter nieuwe
uitlopers krijgt. Zo fungeert de amandelboom samen met de
primula als voorbode van de lente. Het is een eenmalig
schouwspel als de bloesem aan de tere twijgjes openbreken en
het winterlandschap met een zachtroze glans bedekken. de
broze bloesems staan in schril contrast met de robuuste,
knoestige en kronkelende boomstammen. Afhankelijk van de
soort is de bloem rood, roze of wit. Maar 30 procent
ontwikkelt zich tot een vrucht, de rest valt eenvoudigweg
van de boom. De bloemen vormen de karakteristieke coulure
die zo kenmerkend is voor de Provence.
Kern en
vrucht, de amandel is beide tegelijk. Het is de enige noot
waarvan de kern eetbaar is en die tegelijkertijd dient als
zaadje voor een nieuwe boom. De amandelen van wilde
amandelbomen zijn bitter en over het algemeen niet voor
consumptie geschikt. De blauwzuren van de bittere amandel
worden giftig als ze in aanraking komen met water. De
amandelen van gekweekte amandelbomen zijn daarentegen
heerlijk zoet.
De amandelen
worden vaak vrouwelijke eigenschappen toegedicht; ze worden
daarom ook wel vaak 'sultanin', 'prinses', 'dame du
Languedoc', 'ronde dame' of 'spitse dame' genoemd.
In het begin
van de zomer is het tijd voor de 'groene' amandeloogst. De
jonge amandel ligt nog verscholen in zijn zachtgroene,
donzige jasje. Met de hand of machinaal worden de vruchten
van de boom geschud. De liefhebber moet over een goed gebit
beschikken om het zurige omhulsel door te bijten en zo tot
de vlezige melkachtige vrucht te geraken. Bij de 'droge'
oogst laat de boer de natuur zijn werk doen: hij wacht
gewoon tot de amandelen van de boom vallen. Vervolgens wordt
het omhulsel verwijderd en worden de amandelen in de zon te
drogen gelegd.Met behulp van heteluchtcompressoren kunnen de
amandelen ook machinaal gedroogd worden.
Ten slotte
worden de amandelen in kokend water geblancheerd, zodat het
velletje vanzelf loslaat. Hierna kunnen ze worden verwerkt
tot noga, calissons (amandelsnoepjes), geroosterde amandelen
en -koek-jes. Een pure amandel met een omhulsel van honing,
suiker, boter of chocolade zal geen enkele lekkerbek kunnen
weerstaan.
De zachtheid
van de calisson, de trots van Aix-en-Provence, het roze
knapperige manteltje van de geroosterde amamdel, het
luchtige kussentje van de amandelkoekjes, wat kan het leven
toch mooi zijn! Op een mooie zomeravond is de lichtgezouten,
rookachtige smaak van amandel ideaal bij de mauresque, het
aperitief bij uitstek in de Provence, een zacht bittere
likeur, samengesteld uit pastis en amandelmelksiroop.
Olijfolie
Nyons, land
van de olijfboom
Le Nyonsais
ligt tussen de Drôme en de Vaucluse. De slingerende bedding
van de rivier Eygues maakt een groene sleuf in de vlakte van
Tricastin en glijdt onder de romantische brug van Nyons
door, waarvan de bogen in de vorm van een ezelsrug hem een
bijzondere charme verlenen. Nyons ligt aan de voet van de
bergen, beschut tegen de mistral en de winterse kou.
Er wordt
beweerd dat de zon hier meer schijnt dan aan de Côte d'Azur.
Dat moet inderdaad wel zo zijn als je de vele soorten
exotische planten bekijkt die hier groeien. Bovendien heeft
de stad zich aan de verbouw van olijfbomen gewijd, die veel
zon nodig hebben. Oliemolens, een olijfoliecoöperatie, een
olijfboommuzeum en een scourtinerie -een fabriek voor
kokosvezelplanten- getuigen van de bestemming van deze stad.
De olijven, die aan de bomen tussen de Baronies en de
Nyonsais groeien, mogen als enige het kwaliteitsmerk
Apellation d'Origine Contrôlée dragen. Ze heten tanche en
worden alleen maar zwart gegeten.
Boom van de
goden en legenden
De Grieken
hebben de olijfboom, de Olea europea, meer dan 2500 jaar
geleden naar Corsica, Italië, Sicilië, Sardinië en Gallië
gebracht. De olijfboom heeft de Provence tot in de 19e eeuw
welvaart gebracht: zijn hout werd op allerlei manieren
gebruikt en de vruchten werden gegeten en tot olie verwerkt,
een ideaal ruilobject voor de handel met andere landen.
De olijfboom
is het symbool van de onsterflijkheid, van de vrede, van de
wijsheid, van het licht en het van reine. Hij is ontstaan,
zo wordt beweerd, uit een meningsverschil tussen Athene en
Poseidon. De godin Athene zou de eerste olijfboom naast de
bron van Athene geplant hebben en nam daarna de stad in
bezit, waarop ook Poseidon dacht recht te hebben. In veel
mythen en legenden worden de hoofden van winnaars gekroond
met gevlochten kransen uit de bladeren van de olijfboom. In
de Bijbel brengt een duif een takje van deze boom naar Noach
als symbool van de gelukkige redding van de zondvloed. Ook
nu nog wordt de olijfboom geassocieerd met de meest
uiteenlopende deugden. Genoeg redenen om hem zorgvuldig te
koesteren en te verzorgen.
De boeren in
de regio hebben met de grootste inspanning de droge grond
vrijgemaakt van struikgewas, terrassen aangelegd en de aarde
omgegraven. Het heeft jaren van hard werken, geduld en
volharding gekost om de olijfbossen aan te leggen en
uiteindelijk olijven te oogsten, want deze boomsoort beloont
de moeite die er is ingestoken pas na jaren.
Als jonge
boom draagt hij weinig vruchten, groeit langzaam en kan,
afhankelijk van de soort, 3 tot 15 meter hoog worden. Na
ongeveer 35 jaar is hij uitgegroeid. Als je echter bedenkt
dat de boom honderden jaren, ja zelfs duizend jaar oud kan
worden, is dat nog jong.
Februari
1956: de winter komt nog eens terug, de temperaturen dalen
tot -20°C. In dit jaar is het sap van de Provençaalse
olijfbomen vroegtijdig in de stammen en de takken getrokken.
De koudegolf die heel Frankrijk overvalt, doet het hout
barsten. Een miljoen bomen sterven en hele olijfbossen
verdwijnen, de Provence verliest zijn waardevolste bezit. De
olijfboom is echter in een paar duizend jaar te sterk in het
Middellandse-Zeegebied geworteld en te diep verbonden met de
karige en zonbeschenen bodem om zich er zomaar onder te
laten krijgen.
De olijfboom
wordt pas in maart wakker uit zijn winterslaap en bloeit
vanaf mei. Daarna groeien de vruchten, hongerig naar het
licht en de warmte van de zon.
Het is een
bewerkelijk proces om de olijf klaar voor consumptie te
maken. De vrucht smaakt bitter als hij net geplukt is. De
oogst begint in september, wanneer de olijven nog groen
zijn, en kan tot eind februari duren; de olijven hebben dan
een zwarte kleur gekregen. Een groen olijf zit heel vast aan
een tak, een zwarte laat gemakkelijk los. Voor het afrijpen
heeft de olijf de eerste nachtvorst nodig.
De olijfboer
gebruikt bij het oogsten twee, sinds mensenheugenis
onveranderde methoden. Hij klimt op een ladder, oogst de
vruchten met de hand of een kam en stopt ze in zijn
linnentas of zijn wijnkorf. Bij deze methode kan hij de
mooiste exemplaren uitzoeken en die als tafelvruchten
bewaren. Volgens de andere methode schudt hij de takken van
de olijfboom met een hazelnoottwijg, waardoor de olijven op
grote, op de grond uitgespreide doeken vallen.
Vervolgens
worden de olijven gesorteerd: de kleinste -behalve bij de
soort niçoise, waarvan de vruchten nooit groot zijn- en de
beschadigde steenvruchten worden naar de molen gebracht,
waar ze gewogen worden en hoogstens twee of drie dagen in
een hal bij een temperatuur van 20 en 25°C worden
opgeslagen. Dan worden ze met koud water gewassen en ten
slotte onder enorme grote granieten wielen fijngedrukt. De
maalstenen wrijven het vruchtvlees en de pitten net zolang
tot er een dikke brij is ontstaan.
Arbeiders
verdelen de brij op ronde schalen van kokosvezel, waarin in
het midden een gat zit (tegenwoordig zijn de schalen vaak
van kunsstof). Tachtig schalen worden op elkaar gestapeld en
hydrolisch geperst. Daarbij houden de schalen van kokosvezel
het vruchtvlees en de pitten tegen. Onder de zware druk komt
het olijfsap uit de brij lopen: een mengsel van vruchtwater
en 30 tot 45% olie. Deze twee substanties worden met een
centrifuge gescheiden zodra ze uit de pers komen. De zonder
chemische toevoeging verkregen en gefilterde olie krijgt de
benaming: huile d'olive vierge, produit naturel, 1ere
pression à froid (ongerepte olijfolie, natuurproduct, eerste
koude persing.
Van de
grotere, goed gevormde olijven wordt door een bijzondere
behandeling de bitterheid weggenomen: ze moeten heel
voorzichtig behandeld worden, want zelfs de kleinse
beschadiging heeft nadelige gevolgen. Gewassen en zorgvuldig
van bladeren ontdaan, rijpen ze 5 maanden lang in de pekel.
Olijven nemen het aroma van de kruiden zeer goed op; ze
harmoniëren prima met laurier, venkel, bonenkruid, tijm of
basilicum. Soms wordt de pit door een ansjovisfilet, een
stukje paprika of een amandel vervangen, als een pikantere
of mildere smaak gewenst is.
De olijven
van de provence
Olijfolie is
de basis van de miditerrane keuken: tapenade, aïoli of
pistou, gegrilde vis en paprika, marinades of gewoon
tomatensalade met mozarella - al deze gerechten zijn
ondenkbaar zonder olijfolie. De in talloze olijfmolens
vervaardigde oliën zijn nooit gelijk van smaak en textuur.
Ze kunnen afhankelijk van herkomst en samenstelling meer of
minder intensief naar gedroogde vruchten of planten smaken,
en de ene olie heeft een veel fruitiger aroma dan de andere.
De zwarte tanche bijvoorbeeld ruikt naar groene appels en
vers hooi., de verdale doed denken aan artisjokken en uit de
olijvenn van Baux komt een unieke anijsgeur. De olijfolie
van groene olijven is bitterder en blijft langer goed dan de
olie van zwarte olijven.
Omdat het met
olijven net zo gaat als met druiven -er zijn goede en
slechte jaren-, zou het goed zijn als u thuis een kleine
"oliekelder" zou inrichten (olijfolie is lichtgevoelig):
verzamel milde olie voor groenten en grillgerechten, lichte
olie voor groene salades en olie met een intensievere smaak
voor vis, vlees en pasta.
Een heerlijk
aperitief
Op de eerste
zonnige dagen duiken de parasols op de terrassen van de
cafés weer op. Zodra de torenklokken het middaguur
aankondigen, is het de hoogste tijd om er een poosje lekker
bij te gaan zitten en een praatje te maken. Het uur van het
aperitief is aangebroken. Op de dorpspleinen in de schaduw
van de plantanen, in de bars en de cafés begint het ritueel:
ijsblokjes rinkelen, gelach weerklinkt. Soms is een gebaar
of een korte knik van een stamgast al voldoende om een
pastis te bestellen en de kleine gele borrel wordt direct
gebracht; Een klein schaaltje met een handvol olijven wekt
de eetlust op. Dan luidt de torenklok halfeen en wordt de
korte middagpauze beëindigd.
's Avonds
treffen de Fransen elkaar weer, wellicht om een partijtje
jeu de boules te spelen. Het leven is rustiger, iedereen
neemt de tijd. De cafés, de terrasjes, de pleinen lopen vol.
In landelijke gebieden drinkt men met de buren een aperitief
in de tuin, te midden van de bloeiende blauweregen, in een
prieeltje, voor het huis of op de door bomen omzoomde weg:
een stenen bankje, een tafel die er snel bijgezet wordt en
een stukje weg om een partijtje jeu de boules te spelen zijn
voldoende.
Sommige
nemen, bijna verplicht, een 51 (Pastis 51) of een Ricard. De
liefhebbers van de moorse traditie kiezen voor de casa (Casanis)
van amandelmelksiroop. Er hoort altijd een karaf gekoeld
water bij waarin de ijsklontjes rinkelen. Andere drinken een
brandewijn -met ingelegde vruchten en kruiden- die naar
geheim huisrecept is bereid.
Milder dan de
Pastis zijn de gouden muskaat- en de zoete amberwijn. De
liefhebbers van een krachtige smaak hebben een voorkeur voor
een goed gekoelde rosé of koud Piconbier.
Een aperitief
zonder olijven is ondenkbaar, omdat ze zacht of juist pikant
met een drankje in harmonie zijn. Maar ook radijsjes,
kerstomaten en bloemkoolroosjes vers uit de tuin, gewoon met
wat zout bestrooid, happen heerlijk weg. Ook heerlijk zijn
de worstjes met olijven, rozemarijn of geitenkaas, die in
plakjes gesneden gegeten worden. Een stukje meloen met rauwe
ham is de ideale snak voor de hete dagen van het jaar. De
dag loopt op zijn eind, de schemering valt in en de vogels
vallen stil. Slechts één overgebleven olijf in een schaaltje
naast de lege glazen herinnert aan een uurtje gelukkige
gezelligheid.
Kruiden
De kruiden
van de Provence
De kruiden
van de Provence nemen met karige grond genoegen, maar hebben
een verrukkelijk aroma. Op plekken waar de Provençaalse
bodem verdord is, tieren de welig: het is net of de natuur
zich wil verontschuldigen voor het feit dat ze niet overal
even vruchtbaar is.
Vroeger waren
de kruiden net als zilver en goud een wettig betaalmiddel en
net zo begeerd als de duurste exotische kruiden en
specerijen. Vanwege hun kalmerende en heilzame werking
werden ze vanaf de Middeleeuwen als medicijn gebruikt. In de
18e eeuw werden de herbes de Provence korte tijd als
'heksenkruid' beschouwd, zodat ze niet meer mochten verkocht
worden. Aan het begin van de 19e eeuw waren ze echter overal
weer te vinden. Tegenwoordig worden de kruiden in de
kruidengeneeskunde hoog gewaardeerd. Een wandeling door de
tuinen van het klooster van Salagon in de buurt van
Forcalquier, waar drie tuinen met zeshonderd verschillende
soorten heilzame en geurige kruiden te bewonderen zijn, is
hiervan het tastbare bewijs.
Een
mediterrane keuken zonder herbes de Provence is absoluut
ondenkbaar. Procençaalse kruiden bestaan oorspronkelijk uit
een mengsel van tijm, rozemarijn, laurierblad, bonenkruid en
marjoraan. De fines herbes (fijne kruiden) bevatten
fijngehakte peterselie, dragon, kervel en bieslook. In een
bouquet garni (kruidenbundeltje) zit meestal een een klein
bosje peterselie, tijm en laurierblad samengebonden.
Tijm heeft
van oudsher in de Provence nog een andere betekenis: een
bundeltje tijm aan de deur van een geliefde heeft dezelfde
betekenis als een bos rode rozen bij ons. Zeg het met tijm
als u een liefdesbetuiging in de Provence echt wil maken!
Het juiste
kruid voor elke smaak
Je hoeft in
de Provence maar achteloos in de berm van een landweg te
kijken om een mooi bundeltje tijm, rozemarijn, bonenkruid of
een ander geurig kruid voor een lekkere saus of
saladedressing te verzamelen.
Pluk nooit
kruiden als ze in bloei staan, de smaak is dan veel minder
sterk.
Het beste is
om jonge takjes op een schaduwrijke plek te drogen en
vervolgens luchtdicht afgesloten op een donkere plek in een
trommeltje te bewaren.
Basilicum (basilic):
zonder dit kruid geen pistou, de naam basilicumpasta zegt
het al. Verder overheerlijk bij tomaten met mozarella en als
smaakmaker bij pastasauzen. Vers basilicum wordt verkocht in
potjes voor op de vensterbank en wordt op de markt per bos
aangeboden. De bladgrootte kan verschillen. Basilicum
verliest snel zijn aroma en moet zo vers mogelijk worden
verwerkt.
Tijm (thym):
typisch voor de Provence en onmisbaar in het bouquet garni.
Tijm groeit overal in de tuin en op heuvels met veel zon.
Het aroma komt het best tot zijn recht als de tijm in een
bundeltje op een schaduwrijke plekje in de keuken te drogen
wordt gehangen en later direct boven het gegrilde vlees of
de marinade wordt fijngevreven. Als kruidenthee is tijm
geschikt bij maagklachten.
Rozemarijn (romarin):
dit kruid dankt zijn naam aan de Romeinen, die het
vergeleken met rosée marine. Het groeit net als
dennennaalden dicht bedekt aan twijgjes. De geur doet een
beetje denken aan boomhars, rozemarijn kan daarom snel
teveel zijn! Na een nachtje stappen doet en kopje
rozemarijnthee op de nuchtere maag wonderen.
Salie (sauge):
dit kruid past uitstekend bij gebraden varkensvlees. De
kleine donzige blaadjes gaan niet goed samen met andere
kruiden. Salie wordt vele deugden toegedicht. De Grieken
roemden salie bijvoorbeeld al vanwege de heilzame werking.
De naam is afkomstig van het Latijnse 'salvare' ('redden').
Venkel (fenouil):
gecultiveerde venkel wordt gebruikt bij de bereiding van
pastis. De plant groeit op een karige bodem, in het wild
zelfs op plekken waar verder niets kan groeien. De zaadjes
worden gebruikt voor het op smaak brengen van olijven of
vis.
Bonenkruid (sarriette):
verse geitenkaas met bonenkruid, een klein glaasje halfdroge
witte wijn erbij, en u hebt een aperitief dat zo simpel kan
zijn. Olijfolie harmonieert goed met bonenkruid. In de
bonengerechten en ragouts zorgt bonenkruid voor een licht
peperachtige smaak. Bij een opgeblazen gevoel kan bonenkruid
verlichting geven.
Majoraan (marjolaine):
majoraan is de oervorm van oregano. Het kruid helpt bij
migraine en slapeloosheid. De geur doet al denken aan het
land van oorsprong, Griekenland: heerlijke Griekse
gerechten, kleine keftedes of gegrild vlees.
Dragon (estragon):
dit kruid is onmisbaar in een bearaisesaus en ideaal bij
vis. Een lekker gerecht is een komkommersalade met slagroom
en verse dragonknopjes.
Knoflook (aïl):
knoflook is dan wel geen kruid, maar een lelieachtige. Toch
is het de vraag in hoevere we kunnen spreken over de
mediterrane keuken zonder zijn belangrijkste ingrediënt te
noemen? Het vereist enige ervaring om knoflook goed te
gebruiken, vrij naar het motto use mais n'abuse pas (gebruik
alles met mate). Voor personen aan tafel die geen rauwe
knoflook hebben gegeten, kan de mondgeur van de disgenoen
onaangenaam zijn, maar als het knoflook langzaam meesudderd
in een gerecht, is hiervan geen sprake meer. Knoflook is van
onschatbare waarde bij de bestrijding van arteriosclerose en
verhoogde bloeddruk.
Truffels
Richerenches,
hoofdstad van de zwarte diamant
Richerenches,
met zijn rijke geschiedenis, dat een paar kilometer na de
splitsing van de provinciale weg richting Nyons ligt, is in
elk geval een uitstapje waard. De middeleeuwse ruïnen van de
vroegere Tempelridders-commanderij zijn de best bewaarde in
heel de Provence. Richerenches is tegenwoordig ook de
hoofdstad van de truffels: aan het begin van de 20e eeuw
vernielde een druifluisepidemie grotendeels de plaatselijke wijnstokken. In plaats van wijnranken pootte men eikenbomen.
De grond werd daardoor ideaal voor de groei van truffels,
zodat Richerenches tegenwoordig door grote truffelvoorraden
omgeven is.
De
truffelmarkt
Van 15
november tot 15 maart wordt het dorp iedere zaterdag door
een eigenaardige koorts bevangen: het is marktdag, maar niet
zomaar één van de typische Provençaalse marktdagen. De
bezoeker vindt hier geen uitgestalde artikelen en hij hoeft
zich ook niet door haastige mensenmassa's te wringen. Nee,
alles gaat totaal onopvallend met een handweegschaal, een
potloot en een heldere geest. Deze markt is een trefpunt van
ingewijden, die elkaar zonder veel woorden en gebaren
begrijpen.
Op de
truffelmarkt van Richerenches, met 15 tot 25% van de
binnenlandse truffelproductie de grootste van Frankrijk,
ontmoeten handelaren en truffelproducenten uit de
aangrenzende departementen elkaar voor een soort geheime
ceremonie: in hun handen en blikken liggen begeerte en
mystiek besloten. De truffelproducenten dragen hun kostbare
oogst in een plastiek zak of schoudertas. Tussenhandelaren
en gastronomen wachten hen op bij de geopende kofferbak van
hun auto. De truffels worden betast, besnuffeld, gewogen en
betaald. Geen eindeloos gepraat, een beetje milde geur als
je ze uit de zak haalt en wat afgekrabde modder onder de
nagels zijn genoeg om de kwaliteit te beoordelen. Duizenden
euro's gaan van hand tot hand, afhankelijk van het jaar een
som die overeenkomt met 600 kilo rabasses. Discreet wisselen
geld en truffels van eigenaar. Daar is niets illegaals
aan,omdat de producenten volgens vaste tarieven betaald
worden. De hoogte daarvan wordt niet door de overheid
bepaald: de concurrentie bepaalt de prijs. Soms vindt de
verkoop heel gemoedelijk in een café plaats. Er wordt gepraat en
onderhandelt. Ter afsluiting drinkt men heel
vriendschappelijk een glaasje en eet er een brouillade, een
truffelroerei, of, eenvoudiger, een truffel met zout erbij.
De markt op
zich is een belevenis, maar boven alles houdt hij de traditie
van een oud ambacht van onze voorouders in ere.
Op zoek naar
de 'zwarte diamant'
De
truffelliefhebber raakt in een soort tranche zodra hij op
truffelzoektocht gaat. Truffels verzamelen is een moeizaam
karwei, dat veel geduld en oplettendheid vereist. Het is ook
een wetenschap, een ontmoeting met een geheim van de natuur
en de belofte van een bijna goddelijke oogst. De
voortreffelijke paddestoel zit goed onder de grond verstopt
en is daardoor moeilijk te vinden. Bij het zoeken kunnen
dieren een waardevolle en voor de natuur onschadelijke hulp
zijn.
De
lauwerkrans voor de oudste truffelzoeker komt het varken
toe: in het departement Haut-Var en in de Alpen van de
Haute-Provence maakt men nog steeds gebruik van zijn
diensten. Met zijn snuit woelt hij de grond om en haalt de
paddestoel eruit. Het gebeurt ook weleens dat het varken de
truffel opeet. Daardoor wordt het dier steeds meer van zijn
troon gestoten door de snellere, niet zo op truffels
verzotte en gemakkelijk te leiden hond.
Er is geen
speciaal hondenras dat in het bijzonder geschikt is voor het
truffel zoeken. Soms wordt de teckel ingezet, die dankzij
zijn korte poten zo dicht bij de grond is dat hij de
ontsnappende geur moeiteloos kan opsnuiven. Welk ras ook
wordt verkozen, de dieren zullen de manden van hun eigenaren
alleen vullen als ze met geduld afgericht worden.
Truffels
kunnen ook op een andere manier gezocht worden: bepaalde
soorten vliegen leggen hun eitjes waar zich truffels in de
ideale graad van rijpheid bevinden. Wie de grond daar met
een stok diep omgraaft, zal ze gegarandeerd vinden. Bij het
uitgraven is het verstandig heel voorzichtig te werk te gaan,
want de truffels zijn zeer gevoelig en moeilijk waar te
nemen. Maar kijk uit: niet elke groep vliegen duid met
zekerheid op de aanwezigheid van truffels. |